Meer over het kunstwerk van Maarten Vanden Eynde

‘Little Boy’ was de bijnaam voor de eerste atoombom die tijdens een oorlog op een niet militair doel werd gedropt, namelijk op Hiroshima in Japan 6 Augustus 1945. Het merendeel van het uranium voor het zogenaamde ‘Manhattan Project’ dat in de eerste atoombommen werd gebruikt, was afkomstig uit de mijn van Shinkolobwe in Katanga, in wat toen Belgisch-Congo was (nu Democratische Republiek Congo). Het werd via Antwerpen verscheept naar Amerika door de Belgische zakenman Edgar Sengier, directeur van Union Minière du Haut-Katanga, een Anglo-Belgisch mijnbedrijf dat actief was in de kopergordel van Congo tussen 1906 en 1966. In het verleden volgde katoen een soortgelijke route. Tot slaaf gemaakte personen die vanuit het koninkrijk Kongo in Centraal-Afrika en elders werden overgebracht, plantten en plukten katoen in de zuidelijke staten van Amerika, vanwaar het werd verscheept naar de katoenfabrieken in het Verenigd Koninkrijk en ook naar België en de rest van West-Europa, onder andere voor gebruik in de kloskantindustrie. Dat is niet de enige ironische link tussen de geschiedenis van katoen en die van uranium. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was Japan een van de grootste katoenproducenten en -handelaars in de wereld, bijna belangrijker dan het Verenigd Koninkrijk.
Het bombardement op Hiroshima en Nagasaki met Little Boy en Fat Man luidde het definitieve einde van de katoenheerschappij van Japan in.
In de wirwar van draden in het kunstwerk Little Boy 3D ontstaat een vreemde ontmoeting tussen de bij uitstek vrouwelijke bezigheid van het maken van kloskant en de overwegend mannelijke activiteit van het voeren van oorlog in het algemeen en het droppen van bommen in het bijzonder. Little Boy 3D is gerealiseerd in samenwerking met Ulrike Dehaeseleer, Ingrid De Dobbeleer en Rita Van Cotthem, drie bedreven kloskantspecialisten, die bijna duizend uur aan de creatie hebben gewerkt. Daarnaast heeft ook Beatrijs Lauwaert, de moeder van kunstenaar, twee weken meegeholpen met het installeren en ophangen van de bom in de vitrine. De bijna driehonderd houten klossen zijn allemaal unieke sets van twee, die verwijzen naar de vele handen die hielpen bij het maken van de eerste atoombom, maar ook het kunstwerk zelf. Ze hebben de vorm van kogels of bommen en stralen naar buiten, waardoor het lijkt alsof ze in volle baan zijn blijven hangen, wat de explosieve kracht van de installatie nog verhoogt.