VISIE

Een beloftevolle omweg

Maagdendale

Het schone Maagdendale, met haar ateliergebouwen, overwelfde kapel en tuin met zicht op de Schelde, huisvest de academie. Het historische monument ademt geschiedenis en traditie, die door de academie, haar leerlingen en leraars, opnieuw bezocht wordt. De site nodigt uit om met een frisse en persoonlijke blik de academie, haar ruimtes, haar werking te ontdekken. Het atelier is de biotoop van de leerling, de specifieke omgeving waarin zijn/haar ontwikkeling zich ontplooit. Wij hebben gezocht naar de ideale (leer)omgeving voor elk atelier, zodat er ruimte ontstaat voor onderzoek en uitwisseling van ideeën en inzichten. 

Cornelia Armaere, abdis van 1650 tot 1670, heeft onder haar beleid de site Maagdendale tot het epicentrum van Oudenaarde geleid. Zij is de ‘bouwvrouw’ van het abdissenhuis dat voor het grootste deel door de academie ingenomen wordt. Met die bouwplannen staat zij op een prachtig schilderijtje geportretteerd, dat je kan bekijken in de leeszaal van het Stedelijk Archief. In elk geval spiegelen wij ons aan deze dame, en nodigen wij leerlingen en geïnteresseerden uit voor lezingen, culturele trips en tentoonstellingen. 

Bibliotheek

De bibliotheek van de academie is sinds 2004 in opbouw en verzamelde intussen een bescheiden maar treffend overzicht van de kunstgeschiedenis en van naslagwerken en publicaties over hedendaagse kunst en recente tentoonstellingen. Iedereen wordt uitgenodigd om zich in de bib te komen verdiepen in het werk van kunstenaars, tentoonstellingen,.., om iets op te zoeken of zich al grasduinend te laten inspireren. Onze bib, gelegen in de ruime en lichte Zaal Armare, is een studieruimte: de boeken worden geraadpleegd maar niet meegenomen naar huis (zie academiereglement).

Café Cécilia

Na een lezing, tentoonstelling, of tussendoor treffen leerlingen en leraren elkaar in de cafetaria. Elke woensdagavond pauzeren de ateliers er samen.  Het mooi gerestaureerde, hoge café is een ontmoetingsplaats voor allen, waar op een ander ritme verder gesproken wordt over werk en leven. Op een vergelijkbare manier werkt onze academie atelieroverschrijdend, nodigt gastdocenten uit, en trekt erop uit naar tentoonstellingen en op een jaarlijkse meerdaagse reis. Onze blik wordt immers verruimd door elkaar en de wereld op te zoeken. 

DE ATELIERGEDACHTE

Kunst is geen kwestie van bepaalde, algemene vaardigheden. In de kunst exploreert en beproeft net iedereen zijn/haar verlangens en manieren om met de wereld en zichzelf om te gaan. Men weet niet op voorhand wie men in de kunst kan en zal worden. In de kunst is het dus essentieel om ons – leerlingen en leraren - te begeven in het niet-weten. Kunst maken en naar kunst kijken gaat dus net niet om een vaste grond onder de voeten, maar is iets waarin zekerheden en veronderstellingen voortdurend worden bevraagd. Er valt immers niets onomstotelijks te leren. Er is geen vaste weg, maar je ontdekt wat voor jou de mogelijke wegen zijn. Met andere woorden: we laten onszelf toe om een omweg te nemen. Waarheen we precies zullen gaan weten we nog niet, en het pad is nog niet uitgestippeld. De tijd van deze omweg wordt niet bepaald door (de afstand tot) een bepaald doel, maar door wat voor eenieder intens belangrijk is op deze weg zelf. Deze tijd is meestal tragere tijd, tijd waarin interesse en aandacht zich kunnen ontplooien voor wat ons aanspreekt, maar ook voor wat zich op onze weg onverwacht aan ons kan tonen. Op die manier verkennen en beproeven we de vrijheid van onze ‘vrije tijd’. De academie is daarin een ontmoetingsplaats, waarin iedereen leert van elkaar, en eenieder zelf leert, en op zijn of haar manier. In het voortdurende experiment en de reflectie, en in een omgeving van vertrouwen, generositeit, empathie, openheid, en kwetsbaarheid, blijven allen als het ware ‘eeuwig student’.  

Omdat leren in en over de kunst dus gaat over mogelijkheden, verbeelding, kritiek en verandering, kan het soms moeilijk en zelfs beangstigend zijn. Maar leren is ook vitaal en opwindend, en het opent nieuwe ruimtes van verbeelding, waarin we onszelf, de wereld, en de ander opnieuw en anders ontmoeten. 

Wij gebruiken het leerplan DenkBeeld/OVSG omdat het een dynamische lespraktijk installeert.  De ateliergedachte oriënteert ons: het proces, eigen aan het kunstenaarsatelier en de uniciteit van elke leerling bepalen dit Artistiek Pedagogisch Project.  Elke leerling herdefinieert het curriculum of onderwijsprogramma . 

Op zolder

6-7 jaar (Graad 1)

De kinderen zitten ‘onder dak’ met veel ruimte en materiaal.  Het is een sprookjesachtig terrein, een zolder waar je ontdekkingen doet en avonturen beleeft.   

Hier kunnen de kinderen de nieuwsgierigheid en verwondering die eigen is aan die leeftijd ontplooien.  Dat beeldend avontuur is voor elk kind anders: enthousiaste leraren/kunstenaars begeleiden hen individueel en gaandeweg in de boeiende wereld van de kunsten. De leraar maakt deze kinderen aandachtig voor hun wereld en de beelden die hen omringen.  

Door het samen praten over het werkproces (evaluaties in groep en met de leraar) krijgen kinderen oog voor het eigen kunnen en leren ze hun persoonlijke voorkeuren kennen.  Dit introspectieve proces op kindermaat doet de intrinsieke motivatie groeien.  

Vanaf de eerste graad krijgen de kinderen de ruimte om hun ervaringen, emoties en intuïtie te verbeelden.   

Om het individuele parcours van elk kind te garanderen bouwen wij in het begin van het schooljaar en voor de jongste kinderen de nodige rust en zorg in.  Deze 'starters' leren het beeldend vocabularium kennen.  De leraar creëert een veilige omgeving waarin het kind wordt gestimuleerd, geprikkeld, positief bekrachtigd en ondersteund.  De leraar reikt de bouwstenen aan waarmee en waarbinnen de kinderen kunnen spelen.

Gaandeweg worden de teugels gevierd: meer structuur en zorg voor de jongste kinderen, meer ruimte voor experiment voor de oudste kinderen.  We verliezen echter nooit de verrassende kijk van de jongste kinderen uit het oog: een vat vol inspiratie voor onze lessen. 

Lessen voor kinderen van de Eerste Graad gaan door in Maagdendale, Eine, Mater, Kruishoutem, Zingem en Kluisbergen. De kinderen komen 1 keer per week gedurende 2 lesuren. De kinderen zitten samen in groepjes volgens leeftijd, tenzij anders vermeld.

Alle beeldende materialen worden door de stad Oudenaarde ter beschikking gesteld.  Dat beleid zorgt er voor dat niemand verstoken blijft van artistieke mogelijkheden, de leraar brengt alle leerlingen zorg en verantwoordelijkheid voor deze grondstoffen aan.

8-11 jaar (Graad 2)

De uitbreiding van de eigen belevingswereld, de toegenomen zelfstandigheid en de verworven basisvaardigheden eigen aan die leeftijd maken dat de zolder van een sprookjesachtig terrein transformeert naar een beeldend laboratorium, waarin vele nieuwe (o.a. technologische) mogelijkheden te ontdekken vallen.   

Vanuit hun eigen verhaal en gestimuleerd door de aandachtige leraar ontwikkelen de kinderen hun eigen artistieke proces.  Elke leerling heeft een schetsboek waarin ideeën worden genoteerd, waarin ontwerpen worden gemaakt, waarin ze uitproberen en prutsen.  We leren hen dat elk idee op heel veel verschillende manieren kan worden uitgevoerd, dat je soms moet herbeginnen en dat beelden ook ontstaan door te experimenteren.

De leraar speelt in op wat zich individueel en klassikaal aandient.  Hij/zij toont relevant werk van kunstenaars en initieert hen in de ruimere cultuur.  Kinderen hebben vrije toegang tot de inspirerende bibliotheek op zolder met boeken van allerlei slag. 

De kinderen kunnen op eigen houtje nieuwe wegen verkennen en de leraar biedt vele nieuwe expressiemogelijkheden aan.  Hij/zij organiseert een proces waarin door-werken, exploratie en verdieping voorop staan en waarbij er veel ruimte is voor het ontwikkelen van de eigen beeldtaal.   

Zich goed voelen is een belangrijke voorwaarde om te leren.  Het vertrouwen in eigen kunnen gaat hand in hand met zich durven tonen.  Op gezette tijden laten kinderen in de vertrouwde en respectvolle omgeving aan elkaar zien waar ze mee bezig zijn en wat ze gemaakt hebben.  In deze groepsevaluatie leert iedereen van elkaar.   De leraar helpt mee om het jeugdige reflectieproces te ontwikkelen.   

Lessen voor kinderen van de Tweede Graad gaan door in Maagdendale, Eine, Mater, Kruishoutem, Zingem en Kluisbergen. De kinderen komen 1 keer per week gedurende 2 lesuren. De kinderen zitten samen in groepjes volgens leeftijd, tenzij anders vermeld.

Alle beeldende materialen worden door de stad Oudenaarde ter beschikking gesteld.  Dat beleid zorgt er voor dat niemand verstoken blijft van artistieke mogelijkheden, de leraar brengt alle leerlingen zorg en verantwoordelijkheid voor deze grondstoffen aan.

12-17 jaar (Graad 3)

De jongeren werken in een ruimte die hen uitnodigt om zelfstandig beeldend werk te maken.  Ze exploreren de beeldende mogelijkheden en koppelen die aan de eigen belevingswereld.  

Net zoals kunstenaars zoeken de jongeren hun weg in wat nu als een atelier functioneert.  Het schetsboek wordt een archief: een verzameling ideeën, notities, knipsels, beelden, teksten, objecten…  Deze werkwijze maakt het eigen initiatief vanzelfsprekend.  Het gedeelde atelier kan evenzeer uitnodigen tot samenwerken met anderen.

Jongeren begeven zich in het experiment, maar kunnen net zo goed heel geconcentreerd een artistiek proces afronden.  Ze herkennen hun eigen mogelijkheden als een vruchtbare voedingsbodem.  Ze verdiepen zich in de wereld, duiken in het culturele leven en daardoor  kan de leraar kunstgeschiedenis en kunstactualiteit introduceren.  

Deze leerlingen nemen hun werk au sérieux, kijken kritisch naar de dingen en durven zich met hun werk te verhouden tot andere kunstuitingen.  Zij hebben oog voor de context waarin hun werk getoond wordt, de presentatie wordt dus ook onderzocht en besproken.  

Tijdens de klassikale en individuele evaluatie spreekt de leerling gelaagd over het proces, het eindresultaat en de relatie tussen beide.  In deze leeftijdsgroep verlopen de evaluaties uitgebreid en genuanceerd.  De feedback vormt de motor voor reflectie, nieuwe pistes en beslissingen.  

De jongeren nemen op woensdag- en vrijdagavond of zaterdagvoormiddag een deel van de zolder in. In elk atelier begeleidt de leraar vanuit zijn of haar opleiding/specialisme.  Jongeren kunnen dus een persoonlijke beeldende zoektocht ontwerpen met de leraar als klankbord en gesprekspartner.

De jongeren komen 1 keer per week gedurende 4 lesuren. 

Alle beeldende materialen worden door de stad Oudenaarde ter beschikking gesteld.  Dat beleid zorgt er voor dat niemand verstoken blijft van artistieke mogelijkheden, de leraar brengt alle leerlingen zorg en verantwoordelijkheid voor deze grondstoffen aan.

 

HET ATELIER, vanaf 18 jaar

De ateliers zijn plaatsen van ontmoeting en gesprek: tussen leerlingen, tussen leerlingen en leraren van hetzelfde én van andere ateliers, tussen het Hoger Kunstonderwijs en de academie (stage lerarenopleiding), met externe juryleden, de gastdocenten en gastsprekers.  Deze organisatie leidt tot een rijkdom aan perspectieven, meerduidigheid en nuance. 

In het atelier engageert de leerling zich om een eigen oeuvre te ontwikkelen.  Hij/zij neemt daartoe de nodige tijd en ruimte in relatie tot de ruimere culturele en artistieke context: experimenteren, exploreren, tentoonstellingen bezoeken, de bibliotheek verkennen, spreken over de wereld en de kunst, …  Het eigen beeldend archief wordt verruimd en verdiept: feedback, impressies, gedachten, ideeën, plannen, ontwerpen, (voor)beelden, objecten worden genoteerd en bijgehouden.

De leerling tast allerlei verhoudingen af: de verhouding tussen het vorige werk, het te realiseren werk en het totale oeuvre, de verhouding tussen het eigen oeuvre en dat van andere kunstenaars, de verhouding tot andere artistieke disciplines.  De leerling ontwikkelt een eigen deskundigheid.  

De leraar ‘legt kunst ter tafel’, de leerling ent zich op dit klasgebeuren.  Hierdoor ontwikkelt er zich een complex parcours, waarin de opgedane indrukken en ervaringen worden geïntegreerd in het eigen werk.  

De leraar ontsluit de wereld voor de leerling op een manier die hem/haar verandert.  De leraar creëert een ruimte waarin de leerling zich de leerstof kan toeëigenen: hij/zij kan nieuwe betekenis geven aan wat ter tafel werd gelegd.  De leraar zegt dus niet expliciet hoe er mee moet omgegaan worden.  De leraar deelt kennis en ervaringen, ondersteunt, denkt en spreekt mee, stelt vragen en laat bevragen, …  

De leerling beslist welke plaats zijn/haar werk krijgt: de ene stelt graag tentoon, de ander nodigt graag mensen uit op atelier, een derde houdt zijn/haar werk graag binnenskamers. 

Tweemaal per jaar organiseert elk atelier een klassikaal evaluatiemoment. In deze vertrouwensvolle en respectvolle omgeving staat de leerling en zijn/haar werk centraal.   De dialoog met de leraren en de leerlingen vormt de motor voor (zelf)reflectie, nieuwe wegen en beslissingen.  Er worden vele vragen gesteld door vele leraren: tijdens de tussentijdse evaluaties in januari worden de ateliers bezocht door leraren uit de andere opties, in juni nodigen we externe juryleden uit voor de afstuderenden.  

De evaluaties nemen de vorm aan van een niet-geformaliseerd gesprek met een bondige schriftelijke neerslag.  Immers, elke kunstenaar is en werkt anders, en elk kunstwerk functioneert verschillend. Bovendien is de betekenis van het kunstwerk complex en blijft het werk open staan voor andere betekenissen. Meer zelfs, in het kunstwerk is iets gaande dat zich niet rechtstreeks laat vatten, laat staan op voorhand plannen volgens bepaalde universele verwachtingen of doelen. Het kunstwerk is een weerbarstig, moeilijk ding – de vele interpretaties van werken doorheen de kunstgeschiedenis getuigen daarvan. Om recht te doen aan deze diversiteit van kunstenaars en werken, aan deze complexiteit van betekenis, en aan deze ‘onuitspreekbaarheid’ van het kunstwerk, kiezen we voor een telkens hernieuwd gesprek. Vanuit een aandacht en nieuwsgierigheid voor het getoonde werk en voor wat de leerling erover wil vertellen wordt in het gesprek telkens opnieuw afgetast wat er in dit of dat werk op het spel staat.  

De artistieke ontwikkeling van elke individuele leerling wordt besproken en gearticuleerd , wat maakt dat de inhoud en de vorm van de gesprekken heel verschillend zijn en moeten zijn.  Het welbevinden van de leerling is een voorwaarde om zich te uiten en om zich ten volle artistiek te ontplooien.  Deze manier van werken kan niet anders dan resulteren in een persoonlijk oeuvre.

Bruggen slaan

Iedereen is welkom in de academie. Daarom houdt de academie, ten eerste, bewust de financiële drempel laag: de academie voorziet zelf in het nodige materiaal voor de kinderen en jongeren en OK-passers (volwassenen en gezinsleden) betalen slechts 1/4 van het inschrijvingsgeld. 

Ten tweede voert de academie een actief inclusief beleid: sinds het schooljaar 2007-2008 lopen er 2 projecten in samenwerking met de basisscholen van Oudenaarde. Het project Passe-Partout ontvangt jaarlijks vele kinderen uit het Buitengewoon BasisOnderwijs. Het project BeeldBad-KlankStroom richt zich op het BasisOnderwijs. Het is onze ambitie om via muzische vorming alle kinderen een nieuwe, verruimende, aangename en spannende (leer)ervaring te laten beleven.  

Deze kunstprojecten bouwen een brug tussen het leerplichtonderwijs en de academie. Het is een brug met twee richtingen, waar geen trappen of obstakels aanwezig zijn. Er ontstaat een dialoog tussen de twee werelden die samensmelten tijdens het bezoek aan de academie. Voor de kinderen is het een eyeopener en een ontdekkingstocht om zichzelf op een andere manier te leren kennen. 

De leerkrachten (Buitengewoon) BasisOnderwijs zien hun kinderen in een andere context onverwachte en beloftevolle wegen inslaan. De academieleraar zoekt telkens opnieuw naar mogelijkheden om de bezoekers te initiëren in onze manier van kijken en werken.  Omgekeerd helpen de leraren van het (Buitengewoon) BasisOnderwijs ons om het kunstonderwijs toegankelijk te maken voor kinderen die geen les volgen aan de academie.  

De grenzen van elke lesgever BeeldBad/KlankStroom worden ook verlegd door de interactie van het domein Beeld met de domeinen Muziek, Woordkunst-Drama, Dans. Deze projecten vormen samen een inspirerende en boeiende uitwisseling in de academie en de leraar neemt die open en flexibele houding mee naar het eigen atelier en de ateliers van de collega’s.    

BeeldBad/KlankStroom creëert bovendien een instroom naar de reguliere werking van de academie, sommige bezoekers worden leerlingen.  

Tenslotte organiseert de academie sinds 2012-2013 een atelier in de gevangenis van Oudenaarde, waar gedetineerden de optie Projectatelier kunnen volgen.  Jaarlijks gaat het  Projectatelier in dialoog met het atelier B.A.K., wat resulteert in een toonmoment in de gevangenis en in de academie.
 

Oudenaarde, Vlaanderen

De Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst, Oudenaarde maakt deel uit van het Deeltijds KunstOnderwijs. Wij werken onder de vleugels van het departement Onderwijs. Sinds 2018 organiseert elke academie zich volgens de bepalingen die geformuleerd zijn in het decreet Deeltijds KunstOnderwijs.  De prioritaire opdracht van elke academie is om “leerlingen te begeleiden bij hun keuzes in de loop van het leertraject zodat ze zelfstandigheid verwerven in hun artistieke ontwikkeling” (Hoofdstuk 2, Artikel 4). Elke academie krijgt evenwel voldoende vrijheid om voor deze opdracht een eigen werkwijze te ontwikkelen. De KABK Oudenaarde gebruikt het leerplan DenkBeeld/OVSG.  

Het schoolbestuur van de KABK is de stad Oudenaarde. De gemeenteraad spreekt zich onder meer uit over de uitgaven voor de school en de aanstelling van leerkrachten. Het College van Burgemeester en Schepenen staat in voor het dagelijks bestuur. Bij inschrijving krijg je het academiereglement waarin het verkeer wordt geregeld tussen het schoolbestuur, de academie en haar leerlingen, of de ouders van de leerlingen. 

Het academieteam beschrijft haar visie op de onderwijsopdracht in dit Artistiek Pedagogisch Project.  Het A.P.P. wordt voortdurend aan reflectie onderworpen en bijgestuurd.  

 

Download hier het ACADEMIEREGLEMENT.