Vleeshuis

Voor de Franse Revolutie waren de meeste beroepen in ambachten of gilden georganiseerd met als doel de kwaliteit van de producten en de gelijke concurrentie in de verkoop te verzekeren. Een middel daartoe was de verkoop verplicht in één bepaald gebouw te laten plaatsvinden: een halle. De meest bekende hallen in onze streken zijn de lakenhallen, maar een ander soort waren de vleeshallen of vleeshuizen.

Het statige classicistische gebouw werd tussen 1779 en 1783 opgetrokken en is door zijn gevelcompositie en gebruikte materialen een unieke constructie in de Zuidelijke Nederlanden.

Het bouwprogramma was tweevoudig: onderaan zou een nieuwe vleeshalle komen en bovenaan de tekenacademie. Hoewel dubbel gebruik vroeger courant was, is het groot contrast toch uitzonderlijk. Maar het waren precies de architecten Van Der Meersch en Van Den Hende, die de bouwplannen voor een nieuwe vleeshalle moesten tekenen, die een paar jaar eerder op eigen initiatief een tekenacademie hadden opgericht. Het gebouw was in 1783 voltooid.

In de jaren ’80 werd het pand grondig gerestaureerd en kreeg de stedelijke openbare bibliotheek er een gepast onderkomen.