Stad oudenaarde

Kansengroepen in Kaart, jongeren op de Vlaamse arbeidsmarkt

Jongeren op de Vlaamse arbeidsmarkt.



Tijdens de afgelopen crisis piekte de jeugdwerkloosheid in heel Europa, in verschillende lidstaten zit nog steeds meer dan een kwart van de jongeren zonder job. Vlaanderen scoort duidelijk beter dan gemiddeld, maar toch blijft ook hier de arbeidsmarktintrede voor veel jongeren moeizaam verlopen. Jongeren die ongekwalificeerd de school verlaten vormen de harde probleemkern, velen onder hen zijn al van bij de start veroordeeld tot langdurige werkloosheid.


In ‘Kansengroepen in Kaart - Jongeren op de Vlaamse arbeidsmarkt' wordt een gedetailleerd beeld geschetst van deze erg diverse leeftijdsgroep op onze arbeidsmarkt.



Een greep uit de voornaamste conclusies:

Sterke punten

  1. De afgestudeerde jongeren zijn zeer werkzaam.
    In Vlaanderen is 81% van de afgestudeerde 20-24-jarigen aan de slag (2009), ver boven het EU-gemiddelde dat 71% bedroeg in 2007 tegenover 85% in Vlaanderen. Dit komt door het hogere aandeel midden- en hooggeschoolden in Vlaanderen, die een heel stuk werkzamer zijn dan laaggeschoolden.
     
  2. De jongeren hebben de hoogste jobkans.
    Iets meer dan 60% van werkloos geworden jongeren zijn binnen het jaar weer aan de slag, met enorme verschillen tussen laaggeschoolden (44%) en hooggeschoolden (78%). Bij de 50-plussers is dit slechts één op drie, bij de allochtonen 39%.
     
  3. De jeugdwerkloosheid ligt relatief laag.
    15,7 % van de Vlaamse jongeren is werkloos (2009). Daarmee doen we het duidelijk beter dan gemiddeld in de EU (19,8%), en veel beter dan Brussel (31,7%) en Wallonië (30,5%) die tot de slechtste leerlingen van de Europese klas behoren. In Nederland daarentegen zit slechts 6,6% van de jongeren zonder job.

 

Aandachtspunten

 

  1. Grote vervangingsvraag.
    De ontgroening is gestopt en het aantal jongeren blijft de komende decennia (tot 2030) min of meer stabiel, maar door de sterke uitstroom van oudere werknemers dreigt er toch een groot vervangingsprobleem.
     
  2. Zeer hoge werkloosheid bij schoolverlaters en laaggeschoolde jongeren.
    In crisisjaar 2009 was meer dan een kwart (27,9%) van de schoolverlaters werkloos, 2,5 keer meer dan bij de overige beroepsactieve jongeren (10,9%). Het gaat hier deels om ‘normale zoekwerkloosheid’, maar er blijft ook het structurele probleem van de ongekwalificeerde uitstroom: jaarlijks verlaat ongeveer 15% de school zonder diploma secundair onderwijs. Het tekort aan laaggeschoolde jobs en verdringing zorgen voor een hoge werkloosheid (21%) bij de laaggeschoolde jongeren.
     
  3. Jongeren werken veel meer, en meestal onvrijwillig, in atypische arbeidsvormen.
    Bijna 1 op 3 jongeren (29%) werkt deeltijds, en eveneens 1 op 3 (33,2%) in tijdelijk verband (viermaal meer dan gemiddeld). Maar dit is meestal onvrijwillig, de meeste jongeren ambiëren nog steeds een voltijdse en vaste job.
     
  4. Jongeren zijn sterk onderhevig aan conjunctuurschokken.
    Door de vele tijdelijke contracten en de beperkte anciënniteit is het gemakkelijk en goedkoop jongeren aan de kant te zetten. Veel jongeren wisselen vaak periodes van werk en werkloosheid af en zijn bijzonder ‘conjunctuurgevoelig’: bij laagconjunctuur worden ze snel aan de kant gezet, bij hoogconjunctuur weer snel opgepikt.
     
  5. Verkeerde studiekeuze ook voor middengeschoolden problematisch.
    Jongeren kiezen nog te weinig voor technische richtingen en te veel voor ‘zachte’ studiegebieden. Zelfs nieuwe groeisectoren (bvb. airco) lokken weinig leerlingen zodat er een aanbodtekort is door onvoldoende uitstroom uit het onderwijs.
     
  6. Sterke concentratie van de jeugdwerkloosheid in de steden.
    Iets meer dan een kwart (26%) van de totale jeugdwerkloosheid is geconcentreerd in 5 grote steden, Antwerpen, Gent, Mechelen, Genk en Brugge.


Een groot deel van de jeugdwerkloosheid houdt dus verband met laaggeschoold zijn of te weinig arbeidsmarktgerichte studiekeuzes. Diverse initiatieven trachten hieraan te remediëren. Maar zelfs met voldoende startkwalificaties kan de instroom op de arbeidsmarkt moeilijk verlopen. Vele federale en Vlaamse maatregelen zijn dan ook gericht op het bieden van werkervaringskansen. En ook de VDAB ondersteunt, met een geïndividualiseerde en sluitende begeleidingsaanpak, alle jonge werkzoekenden bij hun eerste stappen op de arbeidsmarkt.

Het volledige rapport is na te lezen op http://vdab.be/trends/kik . Daar vind je op de laatste twee pagina’s de belangrijkste indicatoren en een volledig overzicht van de voornaamste conclusies.