Stad oudenaarde

Archief van de kerk van Bevere (1493-20ste eeuw)

Het archief van de kerk van Bevere is gedurende eeuwen nauwgezet bijgehouden. Niettegenstaande Bevere bij verschillende belegeringen om Oudenaarde zwaar te lijden had, is vandaag toch nog een vrij volledig archief van de kerk voorhanden.

De oudste vermelding van een pastoor in Bevere (parochie Sint-Pietersbanden) dateert uit 1255. De kerk stond tijdens het Ancien Régime (de periode tot aan de Franse revolutie) onder het patronaat van de pastoors van de Sint-Walburgakerk van Oudenaarde. De meeste tienden in Bevere werden eveneens genoten door deze pastoors.

De kerk werd gedurende haar bestaan verschillende malen herbouwd en kreeg verschillende locaties. Zo werd in 1682 de eerste steen gelegd van een nieuwe kerk. Deze kerk werd ingeplant langs de Deinzestraat, op de plaats van het huidige kerkhof van Bevere. Deze kerk zou dienst blijven doen tot 1876.
 
Vanaf 1873 werd gestart met de voorbereidingen voor de bouw van nog maar eens een nieuwe kerk. Dit is de kerk die nu nog steeds dienst doet als Beverse parochiekerk. In 1875 werd zij ingehuldigd. In november 1918 had zij zwaar te lijden onder de Duitse beschietingen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog.
 
Het archief van de kerk van Bevere is gedurende eeuwen nauwgezet bijgehouden. Niettegenstaande Bevere bij verschillende belegeringen om Oudenaarde zwaar te lijden had, is vandaag toch nog een vrij volledig archief van de kerk voorhanden. Het archief klimt op tot de tweede helft van de 15de eeuw (voor wat het bestuur van de gemene weide de Donkt betreft) en de eerste helft van de 17de eeuw (voor wat de kerk en de armentafel betreft).
 
Over de plaatsen waar het archief van de kerk van Bevere in vroegere tijden werd bewaard is weinig bekend. Er mag worden aangenomen dat het archief vanaf omstreeks 1824 berustte in de pastorie aan de Deinzestraat. Dit gebouw -de voormalige refuge van de abdij van Beaulieu in Petegem- was door het gemeentebestuur aangekocht in 1824 om er de pastorie in onder te brengen.
 
De inhoud van het archief omvat naast het kerkarchief en het archief van de armentafel (een soort voorloper van het huidige OCMW) ook het archief van de Donktmeesters.
 
De Donkt te Bevere was een gebied dat nog tot in de 19de eeuw ongeveer 30 hectare omvatte en waarvan het gebruik als weide gedurende eeuwen was toegewezen aan een bepaald deel van de Beverse parochianen.
De eerste vermelding van de gemene weide (= weide in gemeeschappelijk bezit van een groep mensen) in de meersen van de Schelde klimt op tot 1253. In dat jaar geeft ridder Olivier van Machelen, de dorpsheer van Bevere, formeel zijn goedkeuring aan het reeds bestaande gebruik waarbij omwonenden hun vee konden weiden op de Donkt. In ruil voor de afstand van de bezitsrechten door de dorpsheer betaalden de gebruikers jaarlijks een cijns van 6 ponden Vlaams.
 
Niet elke inwoner van Bevere had toelating om de Donkt te gebruiken. Men moest binnen een bepaald gebied wonen of een uitzonderlijke machtiging bekomen. Ook was niet elk stuk vee toegelaten op deze weide: enkel het vee dat zich reeds in het bezit van de inwoner van Bevere bevond halfweg maart kon hier worden geweid. Met deze laatste bepaling wilde men de overbeweiding van de Donkt voor commerciële doeleinden tegengaan. Men redeneerde dat de beesten die men kon laten overwinteren in de stal, de dieren waren die voor het persoonlijk gebruik van de bewoners dienden en die niet werden verhandeld.
Voor de goede orde: op de "gemene weide" werd een instelling in het leven geroepen die de goede gang van zaken op de Donkt moest controleren en het aantal dieren dat mocht worden geweid moest registreren. Wanneer teveel dieren op de weide werden toegelaten moest hiervoor een boete worden betaald. Dit bestuur bestond in principe uit de pastoor van Bevere en twee andere gerechtigde inwoners die door hem werden aangeduid. De bijeenkomsten van de pastoor en deze "donktmeesters" vonden plaats in de kerk.
In de loop der eeuwen onderging het gebruik en bestuur van de Donkt verschillende wijzigingen. De instelling bleef echter operationeel tot 1882 -ze overleefde dus de Franse Revolutie- toen na een beslissing van de hogere overheid de Donkt in eigendom werd toegewezen aan de gemeente Bevere. In 1882 nam de gemeente ook het bestuur door de Donktmeesters over. Zeker tot omstreeks 1900 bleef een deel van de weide in gebruik als gemeenschappelijke weide voor omwonenden. Pas in de 20ste eeuw raakte dit middeleeuwse gebruik volledig in onbruik.