Stad oudenaarde

Welden

Welden

Welden zou in oorsprong teruggaan tot de prehistorie. De gemeente is gelegen aan de vroegere verbindingsweg Gent-Doornik naast de rechter Schelde-oever, die minstens zou opklimmen tot de Romeinse periode. De resultaten van veldprospectie bevestigen de vroege occupatie in deze Scheldegemeente. Op de wijk Neerwelden, aan de rand van de kouter in het noorden van de gemeente, wijst de concentratie aan gevonden silexmateriaal, binnen een vroegere Scheldebocht te Hoog Brugghe, op mogelijke occupatie in het laat Neolithicum en de vroegere Bronstijd. Op verschillende plaatsen laten Romeinse vondsten toe te veronderstellen dat er ook in die periode bewoning was - onder meer te Neerwelden en op de wijk Peerdestok.

Welden is in oorsprong een Belgische nederzettingsnaam herkomstig van 'Weniliniom of woonplaats van Wandilo', wijzend op vroegere bewoning. De oudste vermelding van de gemeentenaam ‘Wenlines’ dateert van 1110, waarbij de bisschop van Kamerijk het altaar van Welden schonk aan de Sint-Salvatorsabdij van Ename. Zij behield het patronaatschap over de kerk van Welden tot het eind van het Ancien Régime. Als gevolg van zijn ligging aan de rechter Schelde-oever behoorde Welden na 843 tot het Duitse Rijk. Als onderdeel van het markgraafschap Ename werd het door de graaf van Vlaanderen in 1047 veroverd en ingelijfd bij het graafschap Vlaanderen. Sindsdien behoorde Welden tot de kasselrij van het Land van Aalst.
De dorpskern ontwikkelde zich aan het kruispunt van lokale verbindingswegen waaronder een weg (vroeger zogenaamde Pontweg), die in noordelijke richting vanaf de steenweg Aalst-Oudenaarde naar het Scheldeveer naar Heurne leidde en een oud wegtracé dat enerzijds naar Nederename (Reytstraat) leidde en anderzijds wellicht via de Kouterstraat over Neerwelden naar Nederzwalm. Aan de assen gevormd door Reytstraat en Mgr. Lambrechtstraat groeide lintbebouwing.

Het klooster van Welden

Voorheen bezat Welden twee windmolens, één aan de rand van de dorpskern aan de Kouterstraat, die nog bestond in 1662, doch al verdween voor het einde van de 18de eeuw en één op de Hoge Berg, die in 1922 was afgebroken. Tot in de eerste helft van de 20ste eeuw waren naast de Schelde enkele steenbakkerijen te vinden.