Stad oudenaarde

Bevere

Bevere

De 651 hectaren grote fusiegemeente Bevere paalt noordoost- en zuidoostwaarts aan het historische Oudenaarde. Vroeger was de stad er zelfs nog meer door omsloten. Toen behoorde een nauwelijks ontgonnen zone, de Pudemere, nog toe aan Bevere. Het gebied werd in 1287 aan de stad Oudenaarde verkocht die aldus een forse uitbreiding kende. Deze zone werd nochtans nooit binnen de stadsversterkingen opgenomen.

De naam Bevere zou van pre-keltische afkomst zijn en in de sfeer liggen van de watertoponymie. De eerste vermelding komt in 966 voor, maar de lokalisatie ervan wordt gecontesteerd. Bevere bij Oudenaarde zou maar pas in 1203 opgedoken zijn.

Van bewoning vond men echter heel wat oudere sporen, zij het op een in de middeleeuwen niet meer bewoonde site. Op de plaats Donk vond men immers prehistorische resten. De site - die nu vijver en recreatiegebied is - vormde een kleine, nauwelijks merkbare verhevenheid te midden van een zeer grote inzinking in het Schelde-alluvium dat uit drassige weiden bestond. Dit uitgestrekte landschap, dat jaarlijks onder water liep, was te Bevere bijzonder breed en vormde eeuwenlang een zeer efficiënte verdedigingsgordel voor de stad Oudenaarde, die langs haar westelijke flank nooit fortificaties van enig belang hoefde te voorzien.

de Koestraat in Bevere

De Donk - 29 hectaren groot - kreeg door een beslissing van de heer van Bevere in 1253 het statuut van gemeenschappelijke weidegrond. Daarvan mochten die bewoners vrij gebruik maken, die woonden ten zuiden van de parochiekerk tot aan de stenen brug over de Huddegembeek. Meer bepaald de inwoners van de Ruttemburg, Beverestraat, Koestraat, Huttegem genoten daarvan. De Koestraat herinnert aan de dagelijkse trek van koeien tussen het dorp en de weiden.

Behalve deze meersenzone, bestonden de twee overige derden van het grondgebied Bevere uit uitgestrekte kouters met vruchtbare gronden, die tot op vandaag een schaarse en verspreide bewoning kennen. Deze laatste concentreerde zich niet langs de heerweg Doornik-Gent, maar enerzijds aan de overgang van natte en droge gronden op de wijk Huttegem, en vooral tussen de heerweg en de stad Oudenaarde. Zoals het zuidelijk gelegen Leupegem, was de middeleeuwse en de moderne geschiedenis van Bevere aan die van Oudenaarde verbonden. Sociologisch en urbanistisch had Bevere het karakter van een agglomeratie, een 'voorgeborchte' van de stad. Oorlogstoestanden hadden meer dan eens de vernieling van het dorp tot gevolg. Met de verdwijning van de vestingen rond Oudenaarde vanaf 1859 groeide de bebouwing naar Oudenaarde snel toe. De aanleg van de spoorweg belette een volkomen aaneenschakeling. De geleidelijke uitbouw van de Stationsstraat en van de Beverestraat zowel op Oudenaards als op Bevers territorium hadden echter snel tot gevolg dat het stationsareaal een eiland werd in een dichtbebouwd gebied zodat, ondanks het sporentracé, Bevere al lang voor de administratieve fusie van 1964 psychologisch bij Oudenaarde hoorde.

Markt in Bevere

Naast de lintbebouwing in de Kortrijk-, Wortegem- en Deinzestraat, bleef de aanleg van nieuwe straten aansluiten bij de oude straatdorpskern terwijl het platteland grotendeels zijn wijds karakter behouden heeft.