Stad oudenaarde

Fonteinen

In vroegere eeuwen stelde het drinkwater in de steden altijd een ernstig probleem. Veelal was men aangewezen op steekputten. Zowat elke woning had er een. Maar omdat riolen niet bestonden, raakte het grondwater vaak ernstig besmet.

Een tweede bevoorradingspunt was de Schelde, maar ook hier had men met zware vervuiling af te rekenen. Waar het maar enigszins kon, werd uitgekeken naar bronnen. Die waren in de heuvelrijke omgeving ten oosten van de stad zeer talrijk. Onder het Frans bestuur van Louis XIV werd Oudenaarde door de bekende vestingbouwer Vauban aanzienlijk versterkt met het oog op verdediging tegen artillerievuur.
De gouverneur van de stad was toen Claude Talon. Hij was het die het initiatief nam om de bronnen van Edelare via buisleidingen (hout en lood) naar Oudenaarde te voeren en het water openbaar en gratis te verdelen.

Koninklijke fontein op de Markt van Oudenaarde

Koninklijke fontein (Markt)

De eerste publieke fontein werd voor het Stadhuis op de Markt opgericht, door Louis XIV gefinancierd en als gift aan de stad geschonken (1677-1678).

De constructie was eerst helemaal van Balegemse zandsteen, maar het groot bekken werd in 1788 vervangen in steen van Ecaussines. In de jaren ‘50 en ‘60 volgde een complete restauratie in zandsteen van Massangis. Slechts zeer weinig stukken zijn nog origineel en ook de versieringen varieerden.

De monumentale fontein heeft een achthoekig gelobd grondplan. Er is vooral versiering aanwezig op het centraal massief dat gesculpteerd werd in nabootsing van mos, waartussen koppen prijken. De top wordt gevormd door drie bronzen dolfijnen met hoog opklimmende staarten.

de Leeuwenfontein in Oudenaarde

Leeuwenfontein (Gentiel Antheunisplein)

De leeuwenfontein werd in 1830 opgericht ter vervanging van een 18de-eeuwse fontein (1706 – 1796).
De constructie is van de hand van de gebroeders Parmentier uit Gent en bestaat uit een hardstenen blok, gedecoreerd met arduinen dolfijnkoppen en een smeedijzeren spuit. Ze is bekroond door een arduinen Hollandse leeuw met tussen de klauwen een blazoen waarop de letter W (Koning Willem I) prijkt.

Na de Belgische onafhankelijkheid verving men het blazoen door het jaartal 1831 en de naamletter van Oudenaarde. De fontein werd aldus het symbool van de Belgische onafhankelijkheid.

De Leeuwenfontein had tot 1972 een vaste stek op het Jezuïetenplein. In de jaren ‘90 werd de fontein grondig gerestaureerd dankzij serviceclub Lions Oudenaarde, in samenwerking met het stadsbestuur, en siert ze nu het Gentiel Antheunisplein, op een boogscheut van de vroegere locatie.

Louise-Mariefontein langs de Schelde in Oudenaarde

Louise-Mariefontein (Louise-Mariekaai)

In 1716 werd op het Spei langs de Schelde een fontein opgericht die in de volksmond de naam 'Pierlepijn' meekreeg.

In 1825 werd ze vervangen door een groter exemplaar van de hand van Charles Vander Straeten, bouwkundige van de stad Oudenaarde. Ze werd gebouwd naar het voorbeeld van de fontein op de Parijse Place de la Concorde. De nieuwe fontein kreeg later de naam Louise-Mariefontein, ter ere van Louise-Marie d'Orleans (1812-1850) - dochter van de Franse koning Louis-Philippe - die in 1832 met onze eerste koning, Leopold I, in het huwelijksbootje stapte.

Het Oudenaardse stadsbestuur doopte de straat langs de Schelde bij die gelegenheid ook om tot Louise-Mariekaai. De Louise-Mariefontein werd op 5 december 1962 als monument geklasseerd en tussen 1998 en 2000 grondig gerestaureerd.

Wie op de Louise-Mariekaai even wil verpozen op één van de zitbanken langs de Schelde tussen de ophaalbrug en de Pamelekerk, kan dat dus met het klaterend geluid van de Louise-Mariefontein op de achtergrond.